maandag 18 april 2011

Pelgrim, voor een laatste keer

Vanmorgen begon de tocht erg vroeg. Er dienden immers 560 kilometers afgelegd te worden. En niet alleen dat, ze voorspelden ook regen. Maar laat ons daarover van de eerste keer duidelijk zijn. Echt veel regen hebben we gelukkig niet gezien. Ik denk dat het maar een 50 kilometer geregend geeft na Ourense op een paar bergpassen van om en bij de 1400 meter. Maar voor de rest wel bewolkt, hier in Valladolid zelfs zonneschijn, maar geen regen. De temperatuur. Zoals altijd: ’s morgens schommelde ze tussen de 10 en de 14 graden (al naargelang de hoogte waarop we reden, en die schommelde van 750 tot 1530 meter).


Ourense is voor de Spanjaarden wat Puenta la Reina voor ons is. Het is het samenkomen van alle zuidelijke Camino’s om dan van daaruit in één weg te gaan naar Santiago. Maar bij ons hoor je daar natuurlijk niet over. Het was dus de laatste keer dat ik pelgrim, modern of niet, was tijdens deze tocht naar en van Santiago. Een laatste keer de kleine baantjes, de wegen van Galicië.

Daarna had ik de keuze. Nog een dikke vierhonderd langs de binnenbaantjes rijden, of een stuk autostrade nemen. Aanvankelijk werden het de binnenbaantjes. Tot zo ongeveer op het einde van Galicië. Want eens we Léon y Castillië binnenreden was het gedaan met de pret. Niet alleen veranderede de natuur naar de uitgestrekte, monotone vlakte, zoals we die reeds gezien hadden rond Léon, maar het begon dus echt ook te regenen. De allereerste keer sedert ik vertrokken ben. Met het weerbericht van de laatste dagen in het achterhoofd, dacht ik dan ook dat het zou regenen voor al de volgende kilometers.  We kozen dus om de autostrade op te rijden. En daar hebben we nog nooit zoveel guardia civil gezien als in de laatste dagen samen. Snelheidscontroles! Man, man, man. Zichtbare, met anonieme wagens, … Nu ze rijden ook wel goed gek. De snelheid is in Spanje beperkt op autostrades tot 110 kilometer (naar aanleiding van de olieprijzen), maar ze lezen dat hier verkeerd, denk ik. In ieder geval, anders zijn ze een plezier om op te rijden. Nu het was ook wel nodig, niet dat de regen lang aanhield, maar het aantal kilometers vreten meer aan je dan je denkt. De vermoeidheid begint zich immers op te stapelen. Wel eindeloos mooi, zeker wanneer je in de omgeving van Valladolid komt, waar de oneindige glooiingen af en toe doorbroken worden door een heuveltje. Dat heeft wel iets.

Her en der waren ook hele stukken weiland ingenomen door zonnepanelen! En voor de rest: eigenlijk weinig verkeer. (Mens dat is hier schrijven tegen de sterren op, want ik heb die andere kamer maar tot 18.45 uur. Vlug door naar het laatste stuk!)

Condities worden moeilijker en ander nieuws....

Had ik gisteren en eergisteren nog internet op de kamer, dan kan ik daar nu helemaal naar fluiten. Beneden is het te doen. En beneden, dat betekent, de kamer uit, de gang uit, een lift nemen, één verdieping naar beneden, de gang door en aan de tweede lift uiteindelijk naar het gelijksvloers. We zullen de teksten dus maar eerst voorbereiden in een word-documentje en dan de gepaste verplaatsingsoefeningen doen. Bedoeling is dat je vandaag drie blogjes krijgt. Eéntje als inleiding (dit dus), eentje over vanmorgen en eentje over deze namiddag en Valladolid.
Ondertussne blijkt dat beneden ook al niet te doen is. Heb dan maar eens gezegd wat ik ervan dacht en hopla, plotseling krijg je een kamer waarop alles wel werkt. Wel alleen maar om te tikken, niet om te slapen. Ge had de manager z'n gezicht moeten zien als ik hem YouTube toonde. Nog een die denkt dat ik werk voor de pers. Hola, Spanje, het doel heiligt soms te middelen. Nu maar rap doorwerken en zien dat ik ook alles online krijg.


Maar eerst en vooral:
• Veel stapgenot morgen aan al de lezers van deze blog die morgen op Joepie vertrekken.
• Welgekomen thuis ook aan de ‘Weerwolven’, die gedaan zouden moeten hebben met Berlijn onveilig te maken

Soms toch wel rare jongens, die Spanjaarden….

• Je slaat hier niet links in, nee eerst rechts, dan draai je en dan kan je de baan oprijden in de richting die je wilde

• De lichten voor de voetgangers maken hier allerlei geluiden. In Pamplona telde een schermpje zelfs af, hoeveel seconden je nog had om over te steken. In Burgos piepten ze, in Léon floten ze, hier flikkeren ze

• Als je ’s morgens vroeg door de streek rijdt riek je zo waar een panadenarios is

• Benzine kopen is hier een hele belevenis. Je rijdt een benzinestation op. Dadelijk komt er iemand om jou te helpen (wat wel lachen is, want sommigen weten echt niet waar de tank van een motor steekt). Dan ga je gaan betalen en het kwijtingetje dat je krijgt geef je dan terug aan diegene die je bedient heeft en dan mag je vertrekken.

• Elke stad hier verschillende motor-parkeerplaatsen heeft. In Valladolid zelfs uitzonderlijk veel. Dat ware nog eens een idee om de nieuw aan te leggen ‘Gerard Davidstraat’ met haar tijd mee te krijgen (in plaats van die absurde bomen)

zondag 17 april 2011

Entre el arte y el kitsch

Tegen de middag was ik dan ook terug in het Hotel. Ja, wie draait er z’n hand nu nog om voor 200 luttele kilometertjes over mooie, glooiende wegen? Ondertussen slecht en goed nieuws ook voor Sabine. Ondertussen twee nieuwe briefjes gevonden tussen het ‘proper goed’, maar van de brief die je naar hier gestuurd zou hebben, weten ze niks. Als de Belgische post al traag werkt, dat dan naar Spanje moet en … Ik had je gewaarschuwd, ik zal al lang ergens anders zijn tegen dat dit aankomt.

In ieder geval in het hotel net op tijd voor de tweuuuuuuuuuuuuuuuuut, tweuuuuuuuuuuuuuut, net voevoezela’s, maar dan op z’n Spaans. De processie, of één van de van vandaag, kwam langs bij het hotel. Ik zweer het je, soms zou je denken dat je hier in het land bent waar de Ku-klux-klan werd uitgevonden. Deze keer waren het groene en gele mutsen, maar witte heb ik ook al gezien (Léon).

Dus restte me er nog één opdracht vandaag. Iets zien te vinden als presentje voor het thuisfront. Man, man, man wat een miserie! Lourdes kan ik sommige straten erg zijn, maar dit is hier nog duizend maal erger. Echte kitch. Ik geef even een overzicht. Schelpen natuurlijk, in allerlei vormen, maten en gewichten. Verzilverd in hout of gewoon de schelp van de vis, al dan niet beschilderd. Wierookvaten in allerlei maten en gewichten, paternosters (à la Brazilië), sleutelhangers, T-shirts, petten en natuurlijk niet te vergeten: de enige echte Santiago-hoed en de staf in allerlei maten en gewichten. Vindt daartussen maar iets. Uiteindelijk dan toch iets gevonden dat bruikbaar is.

Tijd dan om iets te eten. En via de tapas lukt dat wonderwel. Ansjovis hier, paprika daar, Sint-Jacobsschelp ginder. En dan is het nu tijd voor de siësta. Even uitrusten voor de langste etappe morgen (550 kilometer). En dat terwijl ze overal regen voorspellen. Dat belooft! En misschien ronden we vannacht wel de kaap van 5000 inloggingen. Zou mooi zijn voor we aan de terugweg beginnen.

Je bent nog maar of reeds halfweg ...

zo eindigde een reactie van Koen. Inderdaad. Ook al lijkt het dat het lastigste voorbij is, toch zijn we nog maar halfweg. Deze ochtend toch vroeg opgestaan, ik was wakker, dus... Het was opmerkelijk rustig in de stad. Niemand op pad en ik had dus al de tijd om rustig wat foto's te nemen.
Zo te zien was de kathedraal potdicht, wat me eigenlijk verwonderde. Trouwens wat me ook opviel, is dat ze dringend dat gele mos van de gevel zullen moeten halen. Met helemaal om het gebouw heen te lopen, ontdekte ik een deurtje waarin oude vrouwtjes verdwenen. Dus ik daarachter aan (niet achter de vrouwtjes, maar achter die ingang). Het was inderaad een zij-ingang voor de 'plaatselijke' gelovigen. Al vlug werd ik onderschept door pater/broeder sacristijn. Ja, ik kwam voor de mis. Trouwens een belevenis op zich. Deze eucharistieviering diende duidelijk vooruit te gaan en Spanjaarden spreken al rap, maar de waterval die uit die man voortkwam was fenomenaal. 20 minuten later geklaard! Dus had ik tijd om in de nog even-gesloten-als-daarnet-kerk rond te lopen. Een beetje de Burgos-ervaring. Helemaal voor mij alléén. In de crypte van Sint-Jacob: niemand. Dan nog maar even naar huis gebeld en aangezien de 'sacristijn' mij verteld had dat de 'Botefumario' vandaag niet zou vliegen, alleen met pasen deze week, vertrok in naar Finestere. Een mooi motorritje om het niet af te leren. Wel weer een totaal andere gewaarwording want de motor was niet geladen en ook de bakken hingen er niet aan. Dus volle gas, over heel mooie wegen naar de Cabo Finistere.

Met de wegen vol bloeiende brem en hei, was het wel een prachtig zicht. Daar gekomen had het zoiets als Cap Griz Nez. Nu ja, je moet het gezien hebben, het hoort eigenlijk bij de pelgrimstocht, maar op één pelgrim na, niemand anders gezien. (Ik ga hier moeten opletten met het plaatsen van foto's, want elke foto neemt 10 minuten in beslag om dat hier opgeladen te krijgen. Heb trouwens net gezien dat er dan toch wat foto's van gisteren op Flickr geraakt zijn, niet allemaal, maar toch wat).
En rieken dat die brem daar deed, maar weerom: geen kat te bespeuren. Helemaal alleen op het uiterste punt (van de toen gekende) wereld.
Daarna terug naar Santiago. Ondertussen toch wat merkwaardige constructies tegengekomen (en het zijn de eerste niet in Galicië) waar ik de reden van bestaan alleen maar kan vermoeden. A om maïs in te bewaren (je hebt zo'n bouwseltjes ook in Polen) en B voor warm water?
A
B